Zienswijze op de startnotitie



Inspraakpunt Startnotitie MER
380 kV hoogspanningsverbinding
Beverwijk - Zoetermeer
Postbus 30316
2500 GH Den Haag

Zienswijze op de Startnotitie

Woubrugge, 2 november 2007

Geachte dames en heren,

Wij namen met belangstelling kennis van de Startnotitie voor de milieueffectrapportage voor de Randstad 380 kV hoogspanningverbinding Beverwijk- Zoetermeer. Graag geven wij in deze brief onze zienswijze op die Startnotitie. Daarbij beperken wij ons tot het gebied van de gemeente Jacobswoude en omstreken (waaronder Alkemade), overeenkomstig de statutaire doelstellingen van onze vereniging.

Wij stellen voorop dat wij begrip hebben voor de noodzaak van de geplande verbinding. Ook hebben wij waardering voor het aangekondigde grondige en uitgebreide onderzoek naar de milieueffecten. Toch constateren wij een belangrijk manco, dat wij hieronder zullen toelichten, in de verwachting dat dit manco kan worden opgeheven.

Met vele anderen zijn wij zeer bezorgd over de gevolgen van de opeenstapeling van infrastructuur in onze (buur)gemeente, zeker gezien de reeds uitgesproken voorkeur voor een bovengrondse verbinding. De nadelige effecten van de Hoge Snelheidslijn zijn destijds gemitigeerd door, tegen aanzienlijke extra kosten, af te zien van de aanleg van een 15 meter hoge pergola over de A4, maar toch hebben de HSL, de A4 en het verkeersknooppunt bij het noordelijk uiteinde van de Groene Harttunnel een dramatisch effect op de leefomgeving en de open ruimte van dat gebied. En nu dreigt daarop een nieuwe grote aantasting te worden gestapeld. Het manco dat wij constateren komt voort uit het feit dat de effecten van de successievelijke ingrepen ons inziens onvoldoende integraal worden beschouwd.

De Startnotitie neemt de recent ontstane huidige situatie als uitgangspunt voor vergelijking met de toekomstige situatie inclusief de geplande hoogspanningsverbinding. De klakkeloze acceptatie van de sinds kort aanwezige nieuwe infrastructuur leidt er zodoende logischerwijze toe dat het relatieve effect van iedere volgende ingreep kleiner wordt. Zo wordt een gebied dat reeds zwaar is aangetast steeds gemakkelijker extra belast. Door van iedere ingreep de milieueffecten afzonderlijk en achtereenvolgens te behandelen ontbreekt het integrale zicht op de gecumuleerde milieueffecten van alle opeengestapelde ingrepen.

Wanneer die gecumuleerde milieueffecten onvoldoende transparant in beeld worden gebracht, ontbeert het Bevoegd Gezag, dat te zijner tijd de afweging en een keuze moet maken inzake de hoogspanningsverbinding, een belangrijk gegeven. Gevoegd bij het feit dat de bovengrondse variant en bundeling van infrastructuur blijkbaar nu reeds de voorkeur genieten, vervult ons deze onevenwichtigheid met grote zorg.

Wij zijn dan ook van mening dat in de komende MER rekening moet worden gehouden met de cumulatie van recente en geplande ingrepen in het onderhavige gebied. Anders gezegd: de vergelijking moet niet beginnen bij de huidige situatie, de 0-variant, maar bij de min-2-variant: de situatie vr de HSL en A4-ingrepen. Dat is wellicht in de MER-systematiek minder gebruikelijk, maar alleen op die manier ontstaat een eerlijk beeld van de totale milieueffecten, die in korte tijd over de omgeving en de bewoners worden uitgestort. Al die gecumuleerde effecten dienen bij de uiteindelijke keuze tussen een bovengrondse en een ondergrondse variant meegewogen te worden en moeten dus in kaart worden gebracht. Als dat manco niet in deze MER wordt opgeheven, waar gebeurt dat dan wel?

Wij vertrouwen erop dat u deze zienswijze zult betrekken bij de vaststelling van de definitieve Startnotitie en zien uw ontvangstbevestiging en reactie met belangstelling tegemoet.

Volledigheidshalve delen wij u mee dat wij afschriften van deze brief hebben gezonden aan de bestuurders van de gemeenten Jacobswoude en Alkemade.

Hoogachtend,

H. van Dijk
voorzitter