BULLETIN nr. 19   juli 2004

In dit bulletin brengen wij u op de hoogte van de stand van zaken met betrekking tot de plannen voor plaatsing van windturbines in de Vierambachtspolder en in de Haarlemmermeer.

Windturbines in de Vierambachtspolder?
Wij hoorden dat het advies van de MER-commissie over de MER binnenkort bij de gemeente wordt bezorgd. Het GGD rapport over de gezondheidsaspecten is al ter beschikking, evenals de commentaren, die door velen zijn ingediend op de MER en het GGD rapport. De gemeente is verder bezig met de antwoorden op aanvullende vragen vanuit de gemeenteraad. En inmiddels is ook het nieuwe provinciale Streekplan Zuid-Holland Oost in druk verschenen. Dan zijn alle gegevens voorhanden, die de gemeenteraad nodig heeft voor het nemen van een besluit over het wel of niet starten van een procedure tot wijziging van het bestemmingsplan ten behoeve van het windenergieproject.

Oorspronkelijk werd verwacht dat die verdere besluitvorming zou plaatsvinden in de raadsvergadering van 26 augustus, maar het zou heel goed 7 oktober kunnen worden. Noteer deze data alvast en kijk in het Witte Weekblad naar de agenda's!

Windturbines in de Haarlemmermeer?
De gemeente Haarlemmermeer heeft aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (GS) gevraagd het bestemmingsplan te mogen wijzigen om plaatsing van 6 windturbines ten zuid-oosten van de A4, tussen de Lisserweg en de Venneperweg, mogelijk te maken. Onze bezwaren worden ook ter kennis van GS gebracht. In ieder geval is het oorspronkelijke plan voor 8 windturbines iets verkleind.

Commentaar

Kranten en tijdschriften blijven veel aandacht besteden aan het klimaat en groene energie. Maar ook aan het belang van een goed gebruik van de open ruimte en het behoud van waardevolle landschappen. Wij zijn geen tegenstanders van windenergie; wij zijn wel voor het behoud van het open landschap.

Wij menen dat windturbines niet geplaatst moeten worden in streken waar ze te hinderlijk zijn voor de omgeving: het landschap, de natuur en omwonenden. Wij willen voorkomen dat dit deel van het Groene Hart en deze prachtige omgeving van de Braassem, voor bewoners, passanten, bezoekers en recreanten onherstelbaar wordt beschadigd. Het kleine beetje windenergie dat in deze streek opgewekt zou kunnen worden, is het niet waard dit open landschap te verwoesten.

Wij staan in die opvatting niet alleen. De provincie Zuid-Holland denkt er gelukkig net zo over, zoals blijkt uit het streekplan. Maar ook de Vereniging van Natuurmonumenten wil niet overal windturbines zien, zoals blijkt uit het artikel dat hieronder deels is overgenomen.

De dreigingen zijn nog niet afgewend. Steun van onze leden blijft nodig. Enkelen hebben hun contributie nog niet voldaan. Wij verzoeken degenen die nog niet hebben betaald hun contributie van € 12,50 (of voor het lidmaatschap zonder bulletin € 5,00) over te maken op gironummer 9348409 ten name van Ver vh open landsch Jacobswoude, te Woubrugge. Bij voorbaat dank.

NUON en windenergie
Op 1 juli 2004 plaatste NUON een paginagrote advertentie in de landelijke dagbladen met “een 'revolutionair' plan: windenergie opwekken waar wind is. Er zijn nu eenmaal delen van Europa die zich beter lenen voor het opwekken van duurzame energie dan andere. Zo is windenergie in Noorwegen twee keer zo goedkoop als in Nederland.” NUON plaatst dan ook windturbines in Noorwegen en vraagt zich terecht af “of het wenselijk is ons kleine land vol te bouwen met windmolens”.

En dan te weten dat de Vierambachtspolder zelfs naar de Nederlandse maatstaf geen optimale windlocatie is!

Natuurmonumenten, windturbines en open landschap
In het Magazine van de Vereniging van Natuurmonumenten van mei 2004 stond een lezenswaardig artikel, dat wij graag onderschrijven. Hieronder enkele fragmenten.

Onder de titel 'natuurvisie' zegt Kees Laarhoven: 'Natuur is voor mensen de plek om tot rust te komen, om tot zichzelf te komen, om de gedachten even te verzetten. Dit in tegenstelling tot de stad, waar je voortdurend geprikkeld wordt. En als je dan bijvoorbeeld uren onderweg bent geweest om lekker uit te waaien op een waddeneiland, dan wil je geen F-16's horen en dan wil je geen windmolens of boorplatforms zien. Nee, dan wil je zee zien, zo ver het oog reikt.'

Het gaat bij die verstoringen vaak om de schaal, zegt Laarhoven. 'Een kerktoren die aan de andere kant van de heide zichtbaar is, is geen punt. Het wordt anders als er een rij hoogspanningsmasten middenin die heide staat, of een aantal windmolens van 140 meter hoog aan de rand. Dat zijn de hoogtes waarover we het tegenwoordig hebben. Het contrast met het landschap is zo groot, dat ze als ernstige verstoringen worden ervaren. Je kunt de weidsheid maken of breken met die pompeuze dingen.'
Dat de Nederlandse landschappen zo sterk verstoord worden door misplaatste bouwsels, heeft volgens Laarhoven veel te maken met een gebrek aan respect. 'De afgelopen vijftig, zestig jaar is een groot deel van Nederland op z'n kop gezet. Geen landschap is onaangetast gebleven. De veranderingen voltrekken zich in een enorm tempo, met weinig gevoel voor cultuurhistorie en natuur. Met als gevolg dat onze landschappen steeds eenvormiger en grootschaliger worden. Het waardevolle cultuurlandschap gaat alleen maar achteruit. In het buitengebied wordt ook vrijwel niets meer gebouwd dat de moeite waard is. Er worden tal van huizen en stallen neergezet die over veertig, vijftig jaar gesloopt moeten worden. Er is bijna niks dat over enige tijd het predikaat 'monument' zal krijgen.'

Dat gebrek aan respect voor het landschap uit zich volgens Laarhoven in het nagenoeg ontbreken van wettelijke bescherming. 'Voor natuurgebieden zelf is wel het nodige geregeld. Maar de bescherming houdt op bij de rand. Daar kan meteen weer alles, of het nu gaat om verontreiniging van bodem of water of om het bouwen van fabriekshallen of windmolens. Het probleem van Nederland is dat alles overal moet kunnen. En juist omdat we in zo'n dichtbevolkt land wonen, moet je plekken beschermen die ecologisch en visueel kwetsbaar zijn. Het zou van beschaving getuigen als een deel van het land, zeg 25 procent, gevrijwaard wordt van verstoringen van het landschap.'

Dat betekent overigens niet, benadrukt Laarhoven, dat Natuurmonumenten zich tegen elke ontwikkeling van bedrijvigheid keert. 'Het gaat er alleen om dat je het zorgvuldig inpast in het landschap. Om de kwaliteit te behouden en te versterken moet je bijvoorbeeld bedrijventerreinen en windmolenparken clusteren in stedelijke gebieden. Het is bijvoorbeeld goed mogelijk om een industriegebied als de Moerdijk vol te zetten met windmolens. Ook op de Noordzee, ver uit de kust, zijn geschikte locaties voor windmolenparken. …… We moeten af van de vrijblijvendheid in het landschapsbeleid.'